Royal Haskoning en biomassa
1. Aanleiding
Royal Haskoning heeft in opdracht van de overheid een studie uitgevoerd. In deze studie wordt de stelling verdedigd dat het bijstoken van hout in kolencentrales klimaatneutraal is. De redenering is dat de CO2 die vrijkomt bij verbranding, in de toekomst weer wordt opgenomen door nieuwe aanplant.
2. Kritiek
Humsterland Energie bestrijdt deze conclusie. Volgens hen is het niet vanzelfsprekend dat hout dat in Amerika wordt gekapt en vervolgens per schip naar Nederland wordt vervoerd, werkelijk klimaat- en milieuneutraal kan worden genoemd. Transportemissies, de herkomst van het hout en de lange tijd die nodig is om de CO2-schuld terug te verdienen, worden in deze visie onvoldoende meegewogen.
3. Bron
Biomassa als bijstook in kolencentrales
1. Wat is biomassa?
Biomassa wordt soms gebruikt als bijstook voor kolencentrales om de hoeveelheid CO2-uitstoot te verminderen. Het idee hierachter is dat biomassa hernieuwbaar is en daardoor minder schadelijk voor het milieu dan fossiele brandstoffen zoals steenkool.
Bij biomassa kan gedacht worden aan organische materialen zoals hout, afval en plantaardige resten zoals stro. Deze materialen kunnen worden verbrand in kolencentrales om elektriciteit op te wekken.
2. De kringloop van CO₂
Bij de verbranding van biomassa komt weliswaar ook CO2 vrij, maar dit wordt vaak gezien als een gesloten kringloop. De CO2 die vrijkomt, wordt tijdens de groei van nieuwe biomassa weer opgenomen. In theorie zou dit betekenen dat biomassa klimaatneutraal is.
3. Kritiek en discussie
In de praktijk is er echter veel discussie over deze vorm van energieopwekking. Zo zijn er zorgen over de enorme hoeveelheden biomassa die nodig zijn om een merkbaar effect te hebben op de uitstoot. Ook de herkomst speelt een grote rol: wanneer hout wordt gekapt uit bossen die anders als koolstofopslag zouden dienen, kan het effect op klimaat en natuur juist negatief uitpakken.
4. Milieueffecten en alternatieven
Daarnaast kan het verbranden van biomassa leiden tot luchtvervuiling en de uitstoot van andere schadelijke stoffen, zoals fijnstof en stikstofoxiden. Daarom is het belangrijk om kritisch te kijken welke vormen van biomassa geschikt zijn voor bijstook en om alternatieven, zoals zon- en windenergie, actief te blijven ontwikkelen.
Over een periode van 60 jaar is vastgesteld (WUR) wat het kap-effect is en wat er gebeurt bij directe nieuwe aanplant. Voor (Oostenrijkse) den duurt het in de praktijk vaak meer dan 60 jaar voordat de “CO2-schade” van het kappen weer is ingelopen. Voor vrijwel alle houtsoorten geldt dat er bijna een mensenleven nodig is om deze CO2-schuld volledig te vereffenen.
De figuur toont:
- Het ongestoorde bos en de hoeveelheid CO2-invang. Naamate het bos ouder wordt neemt de CO2-invang af. (Kuwi.org – Hoeveel CO2 neemt een boom op)
- De ontwikkeling van CO2-invang van de nieuwe aanplant.
- De CO2-schuld door kappen en de tijd tot deze is vereffend (hier circa 45 jaar).
Biobrandstof: zinvol of niet?
1. Wat is biodiesel?
Biodiesel is een brandstof die wordt geproduceerd uit hernieuwbare organische materialen, zoals plantaardige oliën, dierlijke vetten en afvalvetten. Het kan worden gebruikt als vervanging voor fossiele diesel in motoren en wordt vaak genoemd als oplossing om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
2. Kritiek en zorgen
Er zijn echter belangrijke bezwaren tegen het grootschalig gebruik van biodiesel. Wanneer biodiesel wordt gemaakt uit voedselgewassen, kan dit leiden tot voedseltekorten en hogere voedselprijzen. Daarnaast kan het gebruik van landbouwgrond voor biobrandstoffen ontbossing veroorzaken en natuurlijke habitats aantasten.
Een andere zorg is dat de productie van biodiesel energie-intensief kan zijn. De energie die nodig is voor teelt, oogst, verwerking en transport kan ertoe leiden dat de totale broeikasgasuitstoot nauwelijks lager is – of zelfs hoger – dan bij fossiele brandstoffen. Ook de verbranding van biodiesel veroorzaakt luchtverontreinigende stoffen.
3. Houtproductie energetisch niet rendabel
Onderbelicht in pers en literatuur is dat het oogsten van zonne-energie via bosaanplant en houtkap energetisch uiterst onrendabel is. In het proces van fotosynthese wordt slechts ongeveer 1–2% van de beschikbare zonne-energie vastgelegd in plantaardig materiaal via koolstofassimilatie. Dat betekent dat het grootste deel van de zonnestraling verloren gaat voordat deze überhaupt in biomassa wordt omgezet. Ter vergelijking: moderne zonnepanelen zetten circa 20% van de invallende zonne-energie direct om in bruikbare elektriciteit. Vanuit energetisch perspectief is het benutten van zonlicht via biomassa daarom een orde van grootte minder efficiënt dan via zonnepanelen. Deze fundamentele ongelijkheid in rendement verdient veel meer aandacht in het debat over duurzame energie.
4. Wanneer wel zinvol?
Biodiesel kan wél zinvol zijn wanneer deze wordt geproduceerd uit afvalstromen en
niet-concurrerende bronnen, zoals gebruikte frituurvetten of algen. In dat geval concurreert
de brandstof niet met voedselproductie en kan daadwerkelijk milieuwinst worden geboekt.
Een ander belanrijk voordeel van hout ten opzichte van wind en zon is dat hout vraaggestuurd kan worden ingezet. Hout kan bewaard worden en daarmee de energie.
Conclusie
Het verbouwen van gewassen voor biobrandstof is niet zinvol.
De effectiviteit van gewassen om zonne-energie vast te leggen bedraagt in de praktijk slechts ongeveer 2%. Wanneer deze biomassa wordt omgezet in biodiesel, blijft daarvan nog maar circa 50% over. Dat betekent dat er effectief slechts 1% van de oorspronkelijke zonne-energie bruikbaar wordt.
Ter vergelijking: zonnepanelen zetten ongeveer 20% van de zonnestraling direct om in elektriciteit.
Vanuit energetisch oogpunt is het daarom per m² landbouwgrond veel efficiënter om
zonnepanelen te plaatsen dan gewassen te verbouwen voor biobrandstof.
Voor vraaggestuurde opslag is hout geschikt en waardevol in tegensteling tot zon en wind.